Dit is de meest zuidelijke D.O. van het oude Castilla en het is duidelijk te zien dat het de grens was tussen christelijk en moslim gebied. Niet alleen de kastelen, die op iedere heuveltop staan, maar de hele geschiedenis is ervan doordrenkt. Ten noorden en zuiden van de naburige D.O. Ribera del Duero vindt men 'Tierra del Pan' en 'Tierra del Vino', (Broodland en Wijnland), omdat op het ene graan verbouwd wordt en op het andere wijnstokken. Maar, in de 9º eeuw, noemde men het gebied, dat nu bekend staat als Rueda, 'Tierra de Nadie' (Niemandsland). Er werden voortdurend veldslagen geleverd en de Moren pasten er de tactiek van de 'verbrande aarde' toe: grond, boerderijen, dorpen en nederzettingen werden platgebrand, kapotgeslagen of op andere wijze verwoest.
In de 10º eeuw was het een desolaat land. Enkele van de oorspronkelijke bewoners, die waren gevlucht tijdens de veldslagen, kwamen terug en begonnen weer met de landbouw. Maar er was weinig geld en bijna geen voedsel en de wederopbouw ging tergend langzaam. Onder koning Alfonso VI (1040-1109) ging het beter: hij vaardigde een de wet uit, dat iedereen die er wijngaarden wilde planten en verzorgen, dat stuk land gratis kreeg. Heel veel mensen kregen opeens interesse in de wijnbouw, vooral religieuze ordes, die zelf wijn nodig hadden en die graag kloosters bouwden in dit goede land.
Een belangrijke factor voor het succes van de streek was natuurlijk de nabijheid van het Hof. Valladolid, León en Zamora, hebben om beurten Koninklijke residenties gehad. Palencia en later Salamanca, zagen de vestiging van Spanje's eerste Universiteit. Er was dus geen tekort aan handelsmogelijkheden, er waren genoeg mensen die kwaliteit wilden en geld hadden om er voor te betalen.
Eind 1500 kwamen de duurste wijnen uit de streken Madrigal, Medina en Alejos en in 1599 was de totale wijnproductie meer dan 600.000 'cántaros' (100.000 liter). De volgende eeuw werd Medina del Campo het belangrijkste wijncentrum, en in 1600 probeerden de wijnhandelaren de prijs op te drijven om de verliezen te compenseren, waarmee ze kampten door vorst in de wijngaarden en de steeds hogere transportkosten.
Ondertussen had Felipe III zijn residentie in Valladolid en legde beslag op de helft van de wijn die in Medina geproduceerd werd, voor gebruik aan zijn Hof. Zelfs toen zij naar Madrid verhuisden, bleef de wijn uit Rueda geliefd, de prijzen hoog en werd regelmatig naar de hoofdstad gestuurd.
Gedurende de volgende 3 eeuwen breidde het wijngaardareaal zich voortdurend uit evenals de welvaart van het gebied, en iedereen dacht dat dit altijd zo zou blijven. Maar in 1897 kwam de Phylloxera in Valladolid en bereikte in 1909 ook Rueda, waar toen 45.541 ha wijngaard was. In 1922 was daar slechts een derde van over.
Andere wijnen, vooral die uit La Mancha en Valdepeñas, namen onmiddellijk het voortouw over, en werden daarbij geholpen door het spoorwegnet dat zich steeds uitbreidde. Tegen de tijd dat Rueda de wijngaarden op resistente onderstokken had herplant, was een groot deel van de markt verloren gegaan.
Rueda begon moeizaam aan de wederopbouw van de wijnindustrie. Maar de belangrijkste afzetmarkt was verloren en de welvaart een verre herinnering. De boeren zochten hun heil bij druiven om te destilleren en de palomino druif werd in grote hoeveelheden aangeplant, vanwege de hoge opbrengst. De boeren werden per liter betaald en de kwaliteit was niet belangrijk.
Dit duurde tot de burgeroorlog, en de wijngaarden gingen verder achteruit. Pas toen WO II in Europa was afgelopen, ging men zich bekommeren om het herstel van de wijngaarden in hun oude glorie. 30 Jaar werk werd beloond in 1972, toen Rueda de D.O. status verkreeg, maar de productie bestond toen alleen uit een onduidelijke serie wijnen, van het versterkte 'Sherrytype' tot jonge fruitige wijnen, bereid uit palomino, viura en verdejo.
Rueda zelf is niet veel meer dan een dorpje aan de kruising van de oude N-VI van Madrid naar de Noordwest kust bij Ferrol. Vandaag de dag dendert het verkeer over de autovía, en het stadje is een welkome stopplaats voor reizigers. Er is slechts één hoofdstraat met winkels, bars en een onmogelijke rococokerk, en een rustige atmosfeer van welvaart, die eindelijk is teruggekeerd.
Het D.O. gebied van Rueda is groter, maar bestaat uit stadjes die niet veel groter zijn dan Rueda zelf. Het grootste is Medina del Campo - een leuke markt-stad - Het meest pittoreske dorpje is waarschijnlijk Nava del Rey. Met zijn nauwe straatjes, witgewassen muren en mooie daken, lijkt het een beetje op een filmset. De meeste dorpsbewoners werken in de wijnindustrie of forenzen naar Valladolid. Het hele gebied wekt een slaperige, rustige indruk, die echter erg aantrekkelijk is.
De wijn Rueda (nu nog alleen wit) is een heel ander verhaal. Tot een generatie terug produceerde Rueda nog steeds de wijnen die men er al eeuwenlang maakte. De belangrijkste druif was de palomino. De wijnen waren dan ook zwaar, koppig en stoffig, van 'rancios', die rijpten in halfvolle mandflessen, die half onder de grond begraven lagen, tot versterkte sherryachtige wijnen die soms verrassend aangenaam konden zijn. Enkele aanhouders bleven zweren bij de Verdejo, maar hoewel deze druif goede wijn voortbracht, was de opbrengst eenvoudigweg te laag.
In de jaren 70 vervingen enkele experimentele bodega's hun oude uitrusting door roestvrijstaal en ontdekten dat de Verdejo niet gewoon goede, maar uitstekende mogelijkheden had. De resultaten volgden in 1972 door de vooruitstrevende en beroemde bodega Marqués de Riscal.
Als een van de weinige huizen in Rioja, maakte Riscal geen witte wijn. Er was wel een markt voor, maar ze waren van mening dat hun witte wijn van hetzelfde caliber moest zijn als hun rode. Op aanraden van professor Emile Peynaud onderzochten ze de bodemgesteldheid, de druiven en microklimaten in Galicia en Penedés, alvorens zich in Rueda te vestigen.
De lokale druif Verdejo sloeg de spijker op de kop: perfect aangepast aan de bodem en het microklimaat van deze streek gaf ze, met de juiste vinificatiemethode, een heerlijke, fruitige wijn met een goede zuurgraad en waardevolle rijpingskwaliteiten.
Verder onderzoek wees uit dat bodem en klimaat zeer geschikt waren voor de sauvignon druif (Riscal had sinds begin jaren '80 experimentele wijngaarden aangeplant met haast elke denkbare witte druif, waaronder ook de chardonnay), en de Consejo Regulador liet in 1985 de sauvignon druif toe als 'variedad permitida' (toegestane variëteit), en maakte daar in februari 1992 een 'variedad autorizada' van (erkende variëteit).
Volgens de D.O. wijnwetgeving van 1980, was voor alle wijnen een jaar rijping - waarvan 6 maanden op eikenhout - vereist. Dat was prima voor de 'Pálidos', maar voor lichte, frisse witte wijnen was dat hopeloos. De bodega's lapten de aanbeveling aan hun laars, en de Consejo Regulador liet tijdelijk een afwijkende methode toe om te zien wat er zou gebeuren. De bodega's bleken gelijk te hebben en de wetgeving verviel. Maar, om het verhaal compleet te maken: de laatste jaren hebben enkele vernieuwende bodega's het crianza proces in ere hersteld, vooral met de sauvignon, en deze wijnen hebben een eigen kleine marktplek weten te veroveren.
Wijnbereiding
In Rueda produceert men 3 soorten wijn. De eerste is een lichte, frisse witte van verdejo en sauvignon druiven (en wat viura), die gisten in roestvrijstalen tanks met temperatuurcontrole. De tweede is het traditionele type versterkte wijn, met 'flor', gemaakt van de verdejo of de palomino druif, of een combinatie van deze twee. De derde is een nieuw type: 'Rueda Espumoso'. Rueda maakte Cava volgens de oude D.E. reglementering, maar verloor dat recht toen Cava zijn D.O. status kreeg. De Consejo Regulador heeft toen een nieuwe categorie gecreëerd voor mousserende wijnen, gemaakt binnen de grenzen van de D.O. Rueda, volgens de 'Método Tradicional'.
De lichte wijnen, nu het merendeel van Rueda's export, hoeven niet langer op hout te rijpen. Voor de verdejo/viura wijnen worden de druiven geplukt als ze potentieel 12% alcohol hebben. De 'vrije' (ongeperste) most (en/of een wat van de eerste persing), ondergaat een koude gisting, en wordt onder stikstof bewaard, gefilterd en gebotteld.
De klassieke wijnen met 'flor'-groei, worden op een meer traditionele wijze bereid: na de alcoholische gisting bezinken de vaste bestanddelen in ongeveer 3 maanden zodat de wijn op geheel natuurlijke wijze geklaard wordt. Tijdens de zomer daalt het zwaveldioxide niveau, het bezinksel stijgt weer en de vluchtige zuren nemen iets toe naarmate de restsuikers en appelzuren geabsorbeerd worden. Na 10 maanden krijgt de wijn een goudgele kleur en er ontstaat een dunne laag 'flor' aan de oppervlakte. Het acetaldehydegehalte stijgt tot ongeveer 25 gr/hl en verdwijnt spontaan, als de wijn lichtbruin kleurt. Dit is uiteraard een versnelde versie van het natuurlijke oxidatieproces.
De wijnen
Volgens de nieuwe wijnwetgeving van 4 februari 1992 worden de volgende wijnen als D.O. Rueda geclassificeerd (alleen witte wijnen):
D.O. Rueda mag alleen gemaakt zijn van de toegestane rassen met maximaal 50% palomino en/of viura en moet een alcoholpercentage tussen de 11 en 14% bevatten.
D.O. Rueda Superior moet tenminste 85% verdejo bevatten, 11 tot 14,5% alcohol, en het oogstjaar moet op het etiket staan. N.B.: door de kleine oogst (vorst) van 1993, werd het aandeel verdejo, alleen voor dát jaar, gereduceerd tot 70%.
D.O. Rueda Espumoso wordt volgens de 'Método Tradicional' bereid uit minstens 85% verdejo en moet eerst 9 maanden op de gistcellen op fles rijpen, voordat deze verwijderd worden (zelfde als Cava). De wijn moet 11,5 tot 13% alcohol bevatten en het oogstjaar moet op het etiket vermeld staan.
D.O. Pálido Rueda is de traditionele droge 'vino de licor' met 'flor' groei. Hij moet 15% alcohol bereiken en van toegestane variëteiten gemaakt zijn. Voor hij verkocht wordt, moet hij ten minste 3 jaar op eikenhout rijpen.
D.O. Dorada Rueda is een droge 'vino de licor' in de oude 'rancio' stijl, versterkt tot 15%, met 4 jaar rijping waarvan tenminste 2 jaar op eikenhout. Deze twee traditionele wijnen worden steeds minder gemaakt. Hun plaats wordt ingenomen door de modernere, lichtere wijnen met soms wat crianza en die soms op fust gegist hebben.
Druivensoorten
Verdejo (3.347 ha), is de erkende lokale druif en moet een minimumaandeel van 25% hebben in wijnen met D.O. Rueda status, en 85% in wijnen met het predikaat 'Rueda Superior'. Bij het maken van Rueda Pálido kan op de most van deze druif een laagje 'flor' ontstaan. Deze druif geeft wijn die goed op hout kan rijpen, maar ook wijn met een licht en fris karakter, zoals de trend is. De aanplant van verdejo wordt in de hele streek sterk aanbevolen. Het enige nadeel van deze variëteit is dat de wijnen snel oxideren, maar de moderne techniek van het onder stikstof zetten van de wijn in de tank, en/of een juist gekozen compositie met een ander druivenras, voorkomt dat probleem.
Sauvignon blanc (219 ha), is een druivenvariëteit, waarvan de aanplant toeneemt. Riscal importeerde de eerste stokken. Aanvankelijk werd een aanplant van 10 ha toegestaan, nu uitgebreid tot 60 ha. Sinds 1992 is sauvignon een erkende variëteit.
Palomino fino (1.875 ha), is in steeds mindere mate aanwezig, de aanplant ervan wordt afgeraden. Toch blijft het een belangrijke druif voor Rueda Pálido wijnen, die echter ook steeds minder worden gemaakt.
Viura (1.207 ha), komt al lang voor in Rueda, en het bestaansrecht van deze druif lijkt niet in gevaar te zijn daar hij uitstekend samengaat met de verdejo, omdat het helpt tegen oxidatie.
Experimentele druiven:
Tempranillo (550 ha), volgens de D.O. wijnwetgeving zijn er geen rode Rueda wijnen, maar er worden hier verschillende rode 'Vinos de Mesa' gemaakt.
Chardonnay (5ha), er zijn nog enkele ha beplant met deze druif. Riscal heeft er experimenten mee gedaan, maar vond deze variëteit ongeschikt voor de onmiddellijke doelstellingen van het bedrijf. Het onderzoek gaat echter wel door.
Cabernet-Sauvignon (150 ha), deze druif wordt uitgeprobeerd, waarschijnlijk als aanvulling op tempranillo. Tempranillo/cabernet composities zijn een ware rage in sommige delen van Noord-centraal Spanje.
De maximum opbrengsten zijn als volgt: verdejo en sauvignon, geleid 'en rastra': 7.000 k/ha; verdejo en sauvignon geleid 'en espaldera' en viura en palomino: 9.000 k/ha. De opbrengst is 70 l/100 kg.
Het Klimaat
Rueda heeft een landklimaat en neerslag is dus de bepalende factor voor de kwaliteit van de wijnen. Over het algemeen regent het in de lente en de herfst, met soms een jaar waarin het sporadisch regent gedurende het hele jaar. Dit resulteert meestal in een oogst van uitzonderlijke kwaliteit. Van de andere kant valt er eens in de 10 jaar het hele jaar door geen druppel regen. De hoogte brengt wel vorst en mist met zich mee en lage winter temperaturen van -7ºC zijn geen uitzondering. In de zomer kan het kwik tot 35.7ºC stijgen. Het jaarlijks gemiddelde bedraagt 12ºC. De zon schijnt gemiddeld 2.700 uur en de gemiddelde neerslag is 407 mm.
Terroir
Hoewel gelegen in het Centraal Massief, op een hoogte van 600 tot 780 m, is dit toch een tamelijk vlak gebied. De wijngaarden liggen her en der langs de korenvelden, meestal in de provincie Valladolid en gedeeltelijk in
