Roussillon

Inleiding

Roussillon

De wijngaarden van de Roussillon liggen in het hart van het departement Pyrénées-Orientales, tussen de Middellandse Zee en de gebergten van de Corbières, de Canigou en de Albères. Zij onderscheiden zich door hun grote variëteit in reliëf, bodemtype en microklimaat. Verspreid over drie valleien beschikt de Roussillon over vele verschillende terroirs, die allemaal hun specifieke eigenschappen hebben. Men vindt ze op de uitlopers van steile hellingen of in terrasbouw met in de ondergrond leisteen, graniet, grind en kalk. De totale oppervlakte van de wijngaarden van de Roussillon bedraagt 24.500 hectare en jaarlijks wordt er zo'n 757.000 hectoliter wijn geproduceerd.

Geschiedenis

Vanaf de 8ste en de 7de eeuw voor Christus, hebben de Griekse zeelui uit Korinthe zich toegelegd op een bloeiende kustvaart en een van hun ladingen, het ijzer uit de Pyreneeën, bracht hun dikwijls in de kreken, van de rotsige kust van de Roussillon.
De 'Canigou', met zijn 2800m hoogte, was hun merkteken en tevens de hoogste berg van hun wereld.
Tijdens deze tijdelijke kolonisatie, legden zij de eerste wijngaarden aan.
Vandaar dat deze berg heel veel voorkomt in wijndocumentatie die deze streek betreft.
Vanaf deze antieke tijden, werden de wijnen uit deze streek reeds bekend om hun zoete smaak.

De wijnbouw

De vinificatie geschiedt traditioneel of er wordt macération carbonique toegepast, vooral bij carignan. Bij rosé wijnen wordt enkele uren macération pelliculaire toegepast, altijd gevolgd door saignée. Voor witte wijnen wordt bij de verwerking van de oogst vaak schilmaceratie toegepast of er wordt direct geperst.

De fruitige rode wijnen met veel kleur kunnen vaak na vier jaar gedronken worden, maar bij opslag op hout moeten ze 6 tot 8 jaar liggen.

Wijnen uit de Côtes du Roussillon zijn meestal eerder drinkbaar dan die uit de Côtes du Roussillon Villages. Rosé wijnen kunnen het beste binnen de twee jaar geconsumeerd worden omdat ze daarna hun fruitigheid verliezen. De meeste witte wijnen moeten binnen twee jaar worden gedronken behalve als er barrique opslag plaatsvindt.

De appellations

Binnen de Roussillon vinden we maar liefst dertien AOC's, zeven daarvan betreffen gewone wijnen, zes hebben betrekking op Vins Doux Naturels. De AOC gebieden overlappen elkaar regelmatig, dat wil zeggen dat een bepaald gebied zowel gewone als vin doux naturels kan voortbrengen.

De Roussillon kent volgende AOC gebieden:

Het Klimaat

Half werk bestaat hier niet. Als het waait, dan stormt het. Als het regent, dan hoost het.
En warm betekent hier snikheet. Vooral de wind is wennen. Een op de drie dagen raast hij over het land. Nu eens is het de Tramontane, dan weer de Narbonés, de Canigounenc, de Marinada of de Vant d'Espagne. Zij dragen er wel toe bij dat de lucht heel schoon blijft en de druivenstok kerngezond.

Druivensoorten

De voorgeschreven druivenrassen voor rode en rosé wijnen zijn carignan, grenache noir, mourvèdre, syrah, lladoner pelut en cinsault.

De druivenrassen voor witte wijnen zijn macabeu, malvoisie (ook tourbat genoemd);grenache blanc, grenache gris, marsanne, rolle en roussanne.