Sangiovese

Sangiovese (letterlijke vertaling: Het bloed van Jupiter) is een afstammeling van twee zeer oude druivenrassen: Ciliegiolo, een oude variëteit uit Centraal-Italië, en Calabrese di Montenuovo. Deze druif is bijna zeker van Toscaanse origine en is één van de meest geplante druiven in Italië. Deze laatrijpe druif met lange en trage rijpingscyclus valt op door zijn hoge zuren, meer dan andere variëteiten. Deze karaktertrek vinden we terug bij alle variëteiten die behoren tot de grote groep van de Sangiovese. Daarnaast leidde zijn veranderlijkheid tot vijf grote genotypes (fysiologische rassen) met tal van klonen. Deze genotypes (biotypes) relateren zich rondom de combinatie van de verschillende groottes van trossen en bessen. Zo is er bijvoorbeeld Sangiovese grosso en Sangiovese piccolo. In totaal zijn er tachtig officieel gecatalogeerde klonen, waaronder de super gekende Brunello di Montalcino, Prugnolo, Prugnolo Gentile, Morellino...
Kenmerken: 
Sangiovese levert wijnen met een matig intense kleur en met typische aroma’s van zwarte kersen en wilde specerijen. Ze bevatten een hoge aciditeit en stevige tannines. Sangiovese verandert fenomenaal van karakter door veroudering. Daar waar jonge Sangiovese typische kenmerken vertoont van rood (zure krieken, kersen) en/of zwart fruit (cassis of bramen) met leder en wat hout, ontstaan er na vele jaren uitgesproken tertiaire aroma’s die gaan van bosgrond of pels tot paddestoelen en zelfs truffels.
Gebruik: 
Sangiovese is overheersend aanwezig in zowel Toscana en Romagna. Tevens is Sangiovese te vinden in Marche en Umbria en een iets kleinere, maar toch significante aanwezigheid in Lazio, Campania, Puglia, Sardegna en Sicilia. Sangiovese wordt geplant in 16 van de 20 verschillende streken en eveneens in verschillende wijnregio's in de rest van de wereld, met steeds betere resultaten in onder andere Californië en Australië.
Soort: 
Rood
Herkomst: 
Italië
Synoniemen: 
Brunello
Calabrese
Morellino
Prugnolo Gentile
Opmerkingen: 
De grootste Sangiovese verschillen bestaan er tussen Sangiovese Grosso en Sangiovese Piccolo, waarbij de adjectieven vooral verwijzen naar de grootte van de druif. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, wordt de Grosso, voornamelijk gecultiveerd in Toscana en Romagna, meestal beschouwd als de voornaamste en de meest verspreide. Maar de realiteit is dat na een bepaalde tijd het bijzonder moeilijk wordt in één en dezelfde zone de twee te onderscheiden, wat erop wijst dat er uiteindelijk toch niet zoveel verschillen zijn.