Prié Blanc

Prié blanc is een sterk druivenras en heeft het bijzondere een heel korte groeicyclus te hebben. Omdat hij laat op gang komt, ontsnapt hij aan de lentevorst van april en mei. Geoogst wordt er eind augustus. De bladeren zijn klein en de trossen middelmatig groot met druiven die relatief dicht op elkaar gepakt zitten. De bessen zijn bolvormig en op de schil zit een waas. Bij volledige rijpheid kleuren de bessen goudgeel. De sappige pulp geeft een zeer licht gekleurd sap. Prié blanc staat aangeplant op niet-geënte onderstokken. De hoogte zorgde er trouwens voor dat de phylloxera geen kans kreeg. Dit druivenras kan verder aangeplant worden door ‘provignage’, vergelijkbaar met marcotteren in de tuinbouw, waarbij een nieuwe scheut in de lente in de grond wordt gestopt, zonder los te snijden van de moederplant. In de herfst, wanneer het ondergegraven deel wortels heeft, wordt de verbindende twijg vervolgens afgesneden en kan de stek onafhankelijk groeien. Door de hoogte wordt het ook nooit te warm, waardoor er zelfs putje zomer parasieten vermeden worden, net zoals de droge lucht die cryptogame ziekten geen kans geeft. De manier van aanplant is traditioneel: in pergola op houten stutten of stenen palen. Robuuste constructies die resistent zijn tegen de soms hevige wind en winterse vrieskoude.
Gebruik: 
Autochtoon en extreem, want Prié Banc vinden we uitsluitend in Valle d’Aosta. Meer precies in Valdigne aan de voet van de Mont Blanc, van Courmayeur over Morgex tot La Salle. De wijnstokken staan tussen 1050 en 1200 meter hoogte aangeplant, waardoor dit een van de hoogste wijngaarden van Europa is.
Soort: 
Wit
Herkomst: 
Zwitserland
Synoniemen: 
Blanc de Morgex
Blanc de Valdigne