| Alsace |
|
|
|
|
Inleiding
De Elzas is in vele opzichten een on-Frans wijngebied. Het bezit nogal veel Duitse trekjes. Niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat dit gebied al eeuwen lang de inzet was van strijd tussen Frankrijk en Duitsland. Na 1945 behoort de Elzas weer aan Frankrijk. Geschiedenis
De wijnbouw in de Alsace kent een rijke en bewogen historie. Bodem en Klimaat
Aangezien de Alsace door de Vogezen wordt beschermd tegen de invloeden van de Oceaan, is deze streek één van de gebieden van Frankrijk met de minste neerslag (450 - 500 m per jaar). De wijngaarden profiteren van een semi-continentaal, zonnig, warm en droog klimaat. Druivenrassen
In de Alsace worden de wijnen genoemd naar de druif waarvan ze zijn gemaakt. Dit draagt zondermeer bij aan de grote naamsbekendheid. Alsace wijnen betekenen voor de wijnliefhebber genieten met alle zintuigen: de ranke, zo markante fles, de karakteristieke, fruitige aroma's én de veelvuldigheid aan subtiele smaken. Sylvaner: Deze druif levert wijnen op die opvallend fris en licht zijn, met een discrete fruitigheid. Ze zijn dorstlessend, hebben een aangename smaak en passen uitstekend bij schaal- en schelpdieren, vis en vleeswaren. Pinot Blanc: De Pinot Blanc ligt aan de oorsprong van zachte, verfijnde wijnen waarin frisheid en soepelheid samenkomen. Hierdoor nemen deze wijnen een middenpositie in ten opzichte van andere Elzas-wijnen. Ze passen goed bij bijna alle gerechten (schaal- en schelpdieren, koude vleesbuffetten,...) Riesling: De Riesling wordt gebruikt om eersteklas droge wijnen te maken die een verfijnd fruitige smaak hebben. Het bouquet is heel verfijnd en kent soms minerale of florale nuances. Niets kan op tegen deze bij uitstek gastronomische wijn wanneer deze gedronken wordt bij schaal- en schelpdieren, wit vlees en natuurlijk zuurkool, de specialiteit uit de Elzas die ook vaak in de noorderlijker landen vaak op het menu staat. Muscat d'Alsace: Deze druif wordt verwerkt tot een onnavolgbaar fruitige wijn die zich door zijn droge karakter onderscheidt van de zoete muskaatwijnen uit het Middellandse-Zeegebied. Bij het drinken van deze wijnen heeft men een heerlijk gevoel in verse druiven te bijten. Ze zij zeer geschikt als aperitief of om de smaak van asperges nog beter te doen uitkomen. Pinot Gris: De Pinot Gris (voorheen werd deze druif Tokay Pinot Gris genoemd) levert wijnen op die een karakteristieke weelderigheid en smaak ontwikkelen. Ze zijn stevig en rond en hebben een lange afdronk. Er zitten complexe aroma's van kreupelhout in, soms licht gerookt. Deze wijnen passen perfect bij foei gras, wild wit vlees en orgaanvlees. Gewürztraminer: Deze druif staat garant voor een stevige wijn met body. Hij ontwikkelt rijke aroma's van fruit, bloemen of kruiden. Krachtig en verleidelijk als hij is, soms tegen het zachte aan, kan hij prima als aperitief gedronken worden, of bij exotische gerechten, stevige kazen en toetjes. Pinot Noir: Deze druif levert als enige druivensoort in de Elzas een rode wijn of een rosé waarvan de typische fruitigheid aan kersen doet denken. Zijn originaliteit komt het beste tot zijn recht bij vleeswaren, geitenkaas of gruyère. Naast deze zeven hoofdrolspelers bestaat er ook nog de Klevener de Heiligenstein. Dit is een licht aromatisch druivenras dat afstamt van de vroegere Traminer of Savagnin rosé. Deze wijnsoort wordt uitsluitend in Heiligenstein en omgeving geproduceerd. De AppellationsDe Appellations d'Origine Controlées, die door het Institut National des Appellations (INAO) worden toegekend, bevestigen de herkomst en het herkomstgebied. Maar het is meer dan een zegel; de benaming garandeert ook echtheid. Dit wordt ook nog eens benadrukt door het feit dat Alsace wijn alleen in het productiegebied gebotteld mag worden.
A.O.C. Alsace
A.O.C. Alsace Grand Cru
A.O.C. Crémant d'Alsace
Vendanges Tardives
Sélections de Grains Nobles De WijnbouwHet karakteristieke van Alsace wijnen is dat ze worden gemaakt van zeer aromatische druivenrassen. De wijnboer zal er alles aan doen om gedurende de oogst en de wijnbereiding dit aromatische potentieel te bewaren. Hij grijpt zo min mogelijk in gedurende de gisting, want hij weet dat alle kwaliteiten van de wijn reeds in de druif aanwezig zijn. De data van het begin van de wijnoogst zijn voor iedere AOC volgens prefectoriaal besluit vastgesteld. Met zeven (voornamelijk gebruikte) druivenrassen, drie AOC's en twee speciale kwaliteitsaanduidingen (Vendanges Tardives en Sélections de Grains Nobles), is het niet moeilijk voor te stellen dat het oogsten heel lang duurt. De oogst start gewoonlijk rond 15 september, op het moment dat de druiven de beste suiker/zuur-verhouding hebben. Het zijn de cépages voor de bereiding van de Crémant d'Alsace die het eerst worden geoogst. Vervolgens de druiven voor de AOC Alsace en de AOC Alsace Grand Cru. Tenslotte begint men pas half oktober met het binnenhalen van de druiven die voor de productie van de Vendanges Tardives en de Sélections de Grains Nobles dienen. In de Alsace wordt hoofdzakelijk de speciale vinificatie voor witte wijn toegepast. Deze verschilt nauwelijks van die in de andere streken in Frankrijk. Na de oogst gaan de druiven in een kneusmachine die de druiven open laat barsten. Vervolgens worden ze voorzichtig geperst in schroefpersen of in pneumatische persen om er het sap uit te halen. Dan vindt de débourbage (afheveling van de most) plaats, statisch - gedurende een aantal uren laten staan in een schoon vat waardoor een groot deel van de zwevende deeltjes die de wijn een nare smaak kunnen geven, kan bezinken en de most helderder wordt - of mechanisch. Tenslotte is er de alcoholische gisting die in oude houten fusten plaatsvindt of, zoals tegenwoordig steeds meer, in roestvrijstalen kuipen. Deze gisting bestaat uit de omzetting van druivensuikers door gist in alcohol. Aangezien dit proces aanleiding kan geven tot grote temperatuursstijgingen (tot 30°C) en dus afbreuk doet aan de aromatische kwaliteit van de wijn, zijn in de kelders een systematisch controlesysteem en een temperatuurregeling aanwezig. Na drie of vier weken, na de gisting, wordt de wijn afgeheveld om het belangrijkste bezinksel (dode gistcellen) te verwijderen en de wijn gedurende drie of vier maanden op te voeden op fijn bezinksel. De wijnboer zal geen malolactische gisting toepassen, want hij wil de natuurlijke frisheid van zijn wijn behouden. Het is belangrijk vóór de botteling de wijn over te steken en te stabiliseren. Tijdens het oversteken worden alle zwevende deeltjes verwijderd om de wijn volmaakt helder te maken en hem zijn schittering te geven. Dit wordt gedaan op kiezelgoer (diatomeeënaarde) of op platen. Om te zorgen dat er geen enkele wijnsteenaanslag in de fles zit, kan de wijn twee of drie dagen op een temperatuur van -6°C worden bewaard. De uiteindelijke stabiliteit wordt verkregen door de wijn bij het bottelen over steriele platen of membranen te laten lopen. Deze stabiliteit wordt in vergelijking met andere regio's vrij vlot bereikt, namelijk al vanaf februari en maart voor wijn met een vroege consumptie. De grote terroirwijnen, de bewaarwijnen dus, worden vlak voor de volgende oogst gebotteld. De opvoeding en de rijping van de wijnen uit de Alsace vinden over het algemeen op fles plaats.
Er zijn in de Alsace twee andere typen wijnbereiding: De wijnroute
De "Route des Vins" draagt al 50 jaar bij aan de bekendheid van Alsace wijn. Deze wijnroute is in de hele wereld bekend om zijn bijzondere en eenvoudige parcours, dat het makkelijker maakt om de regio te ontdekken en de wijnboeren te bezoeken. |




